Slordig politieonderzoek

Het daaropvolgende politieonderzoek was slordig. Zo zijn namen van getuigen door elkaar gehaald en is nagelaten de (vermeende) plaats delict te bezoeken. Dat is natuurlijk belangrijk, om een goed beeld van de situatie te kunnen krijgen. Ook zijn getuigen telefonisch gehoord in plaats van face to face. Veel communicatie is non-verbaal – dat mis je allemaal tijdens een telefoongesprek. Bovendien is er een groter risico dat zaken niet goed worden verstaan. Dat was hier ook het geval, waardoor getuigenissen van mensen waren opgetekend die niet goed overeenkwamen met wat ze gezegd hadden. Ik vind dat kwalijk, omdat het hier gaat over de vraag of deze jongens wel of niet opgesloten worden – of anderszins bestraft. Als je werk als opsporingsambtenaar zulke grote gevolgen kan hebben, moet je daar zorgvuldig in zijn. Ik kan het niet bewijzen, maar vermoedelijk hebben de dienstdoende agenten gedacht: waar rook is is vuur. Oftewel, als er mariniers betrokken zijn bij een geweldsincident, dan zullen ze wel schuldig zijn.


Marechaussee

Uiteindelijk heeft de politie het onderzoek moeten overdragen aan de marechaussee. Volgens het militair strafrecht hoort de marechaussee namelijk zaken van militairen te behandelen – niet de politie. Ik heb de marechaussee op de onvolkomenheden in het politieonderzoek kunnen wijzen en ben bij hun verhoor van de mariniers aanwezig geweest. De samenwerking met de marechaussee heb ik als prettig ervaren. Ook naderhand hebben ze suggesties van mij aangenomen. Zo hebben ze getuigen opnieuw gehoord en zijn ze op de vermeende plaats delict gaan kijken. Hierdoor kantelde het beeld, en werd duidelijker dat het verhaal dat door de aangever/aanstichter aan de politie was verteld, zeer waarschijnlijk uit de duim gezogen was. De marechaussee heeft het onderzoeksdossier doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie, en ook daar is men tot de conclusie gekomen dat er geen bewijs was voor de aangifte. Oftewel, de strafzaken tegen beide mariniers zijn geseponeerd.

Militair strafrecht

Dat is niet alleen fijn omdat de twee vrienden hierdoor niet gestraft worden voor iets dat ze niet hebben gedaan – het is ook fijn omdat hun baan hierdoor niet in gevaar komt. Defensie stelt namelijk hogere eisen aan het gedrag van medewerkers dan bijvoorbeeld de HEMA. Van militairen wordt door hun werkgever verwacht dat zij zich 24 uur per dag, 7 dagen in de week correct gedragen. Waren deze mariniers onverhoopt toch veroordeeld voor mishandeling, dan waren ze daardoor mogelijk ook hun baan verloren. In geweldszaken of drugszaken komt een militair al snel in aanmerking voor ontslag wegens wangedrag. Zie artikel 39, lid 2, sub l van het Algemeen militair ambtenarenreglement (Amar). Gelukkig is dat voor deze twee heren niet het geval, en kunnen zij vanaf nu onbezorgd verder met hun werkzaamheden.

Afsluitend
Mocht u zelf in aanraking zijn gekomen met het militair strafrecht, of iemand kennen die met militair strafrecht te maken heeft, neem dan contact op met mr. Reinout Sterk. Na meer dan tien jaar ervaring als militair jurist is hij militair advocaat geworden. Zijn unieke kennis en ervaring maken hem als advocaat uitermate geschikt om dergelijke gevallen te behandelen. Of het nou om militair strafrecht, schorsing, ontslag, VGB zaken of andere kwesties gaat.

mr. Sterk is te bereiken op 0638242065 of r.sterk@spuistraat10.nl.

Deel nieuwsbericht via social media: